We legden jouw vraag voor aan advocaat Gregory Grouwels. “Het gaat hier over een typisch geval van ‘burenhinder’.
“Een eigenaar die door een niet foutief feit zijn buurman hindert en de gewone buurschapsnadelen overschrijft, is hem een rechtmatige en passende compensatie verschuldigd, om het evenwicht te herstellen. Het is dus niet vereist dat de bovenmatige hinder te wijten is aan een fout van de buurman. Wel is vereist dat de bovenmatige hinder is toe te rekenen aan een (rechtmatig) handelen of nalaten van de buurman.”
“De hinder is bovenmatig als ze de normale ongemakken van nabuurschap te buiten gaat. Buren moeten dus een zekere verdraagzaamheid hebben, maar die is niet grenzeloos. De grenzen van de bovenmatigheid moeten altijd geval per geval beoordeeld worden. Burenhinder veronderstelt vanzelfsprekend ook nabuurschap. Dat betekent niet dat de percelen moeten aanpalen, maar ze moeten wel in elkaars omgeving liggen. Dit wordt door de rechtspraak en rechtsleer ruim beoordeeld. De vordering kan dus enkel worden ingesteld tussen ‘naburen’, dus eenieder die door een zakelijk of persoonlijk recht over een attribuut van het eigendomsrecht beschikt.”
“De grondslag van burenhinder is art. 544 BW, en moet je dus als rechtsgrond inroepen. Belangrijk is dat hiervoor geen fout nodig is. In jouw geval wordt de hinder veroorzaakt door aannemingswerken op het naburige perceel. De aannemer kan hier niet op basis van art. 544 BW aangesproken worden, aangezien hij vreemd is aan de banden die uit de nabuurschap ontstaan. Daarom kan je de aannemer enkel op grond van art. 1382 BW aanspreken, wat veronderstelt dat je als benadeelde nabuur moet aantonen dat de aannemer een fout heeft gemaakt.”
“Dit is niet altijd evident, als het tot een juridische procedure zou leiden. Mogelijks kan de rechtbank hiervoor een deskundige aanduiden die het één en ander moet nagaan en dus moet oordelen of de tuinaannemer al dan niet een fout heeft begaan. Je kan je buurman wel aanspreken in zijn hoedanigheid van eigenaar-bouwheer op grond van art. 544 BW.”
“Het zou kunnen dat er in het aannemingscontract van je buurman en zijn tuinaannemer een vrijwaringsbeding is opgenomen, op grond waarvan de aannemer alle vergoedingen die de bouwheer wegens bovenmatige burenhinder verschuldigd is, moet terugbetalen. Indien de vordering tegen de aannemer (ex art. 1382 BW) en de vordering tegen de bouwheer (ex. Art. 544 BW) slagen, zijn zij elk in hoofde verantwoordelijk voor de betaling van de vergoeding, dus elk voor het geheel.”
“Tot slot: het verschil tussen art. 544 BW en 1382 BW, qua vergoeding:
- art. 544 BW: levert enkel een billijke compensatie op
- art. 1382 BW: levert/geeft recht op een integrale schadevergoeding.
Vandaar dat deze twee bepalingen in het kader van burenhinder vaak in één adem worden genoemd. Als het onzeker is of de buurman een fout heeft gemaakt, beroep je je best in hoofdorde op de foutaansprakelijkheid, en in ondergeschikte orde op art. 544 BW.”