Vraag
We zijn vorig jaar een bouwproject gestart en hebben daarvoor een contract getekend met een architect. De initiële kostenschatting voor ons project was ongeveer 80.000 euro. Na het verkrijgen van de bouwvergunning is een lastenboek geschreven alsook de bijhorende meetstaat. Aannemers zijn aangeschreven en hebben offertes geleverd. Maar er lijkt toch iets misgegaan zijn met de ruwbouw.
Slechts één aannemer heeft een offerte gemaakt, terwijl twee à drie de afspraak was. De offerteprijs was ongeveer 19.000 euro. Tijdens de bouw kwam de architect met een aanpassing van de kostenschatting met een totaal van ongeveer 4.000 euro. Dit was omdat er o.a. geen dorpels waren meegerekend en omdat de dakconstructie zwaarder uitgevoerd moest worden.
Onlangs is de aannemer van de ruwbouw met de eindafrekening gekomen met een totaal bedrag van 33.000 euro. Volgens de architect zou hiervan ongeveer 28.000 euro gerechtvaardigd zijn. Deze prijsverhoging kwam als een volslagen verrassing en is een aanzienlijke overschrijding van het budget (33.000 i.p.v. 19.000). Wij hebben zelf wel wat extra’s gevraagd maar die zouden ongeveer 2.000 (max. 3.000) euro moeten bedragen.
Wat is het nut van een offerte als de uiteindelijke prijs zoveel hoger ligt? Heeft de architect misschien niet precies genoeg gewerkt? De aannemer mag bepaalde hoeveelheden materiaal verrekenen in zijn eindafrekening maar moet hij dat niet melden (als de hoeveelheden aanzienlijk hoger zijn)? De aannemer zegt de eerste offerte volgens de meetstaat gemaakt te hebben, maar mag men van een aannemer niet verwachten dat hij de meetstaat controleert om te zien of het project wel realiseerbaar is? De aannemer schuift nu min of meer de schuld in de schoenen van de architect omdat deze een onvolledige meetstaat gemaakt zou hebben. Dit is de situatie na een tweetal gesprekken en het uitwisselen van een aantal e-mails. Wat zouden jullie ons adviseren?
