Bij een huis van die ouderdom is het inderdaad belangrijk grondig te renoveren. Daarbij zijn voor de bescherming tegen vocht 2 belangrijke problemen die aangepakt moeten worden:
1) een vochtwerende laag tegen opstijgend vocht: onderkappen is de oude manier waarbij een DPC-folie in de muur wordt aangebracht. Deze methode is zeer arbeidsintensief, en kan problemen geven naar stabiliteit tijdens de uitvoering, met barsten in de muren tot gevolg. Een perfect alternatief, dat al meer dan 50 jaar met succes wordt toegepast, is het injecteren van producten om hetzelfde resultaat te bekomen. Injectie is veel minder ingrijpend, gaat sneller en is goedkoper. Bovendien wordt het volledig ondersteund door het WTCB in hun Technisch verslag 210 over de behandeling van opstijgend vocht.
2) Een gevolg van het opstijgend vocht is de aanwezigheid van hygroscopische zouten in de muur. Deze zijn jarenlang met het vocht uit de bodem in de muur terecht gekomen. Het vocht verdampt, en de zouten kristalliseren in de muur. Als er op een dergelijke muur gepleisterd wordt, zal jouw nieuw pleisterwerk aangetast worden door de zouten. Daarom is het belangrijk dat de nieuwe afwerkingslaag (pleister, gipsplaten, …) niet rechtstreeks in contact komt met muren waar opstijgend vocht in aanwezig geweest is. Dit kan door het plaatsen van een noppenfolie vooraleer te pleisteren, of een voorzetwand (eventueel met isolatie) te plaatsen.
Belangrijk: Het bepalen van het vochtpercentage in de muur gebeurt door het uitvoeren van een calciumcarbidetest. Daarbij wordt een gat geboord in de muur. Op het boorsel wordt een chemische test gedaan, zodat we weten hoeveel procent vocht binnenin de muur aanwezig is. Deze test gebeurt best voor de werken gebeuren, en een tweede keer enkele maanden na de injectie tegen opstijgend vocht. Het is belangrijk dat de afwerking van de muur pas start nadat de muur is uitgedroogd.