Uit jouw vraagstelling blijkt dat het hier gaat om de erfdienstbaarheid van recht van uitweg. Wij weten evenwel niet of deze erfdienstbaarheid door een rechter werd opgelegd, dan wel via een overeenkomst tussen de toenmalige buren (notariële akte). Daarom overlopen wij enkele principes.
Het recht van uitweg biedt aan de eigenaar van een ingesloten perceel het recht om via een naburig perceel zijn perceel te kunnen betreden. In dit geval dient er aan vier voorwaarden voldaan te zijn, met name; ingesloten zijn, onmogelijkheid zelf een uitweg in te richten, nodig voor noodzakelijk gebruik en geen vrijwillige insluiting.
Je geeft aan dat de eigenaar van het heersende erf gedurende al een lange tijd geen gebruik van zijn recht van uitweg (=erfdienstbaarheid) maakt.
Indien de erfdienstbaarheid door een rechter werd bevolen, is er geen mogelijkheid tot het inroepen van verjaring door niet-gebruik gedurende dertig jaar. Dit betekent concreet dat jouw buur te allen tijden kan eisen dat zijn recht van uitweg geëerbiedigd wordt. Indien het terras geen hinder voor het recht van uitweg bezorgt, dien je het terras niet te verwijderen. Dit is bijvoorbeeld het geval als het terras gelijk met de grond en in stevige klinkers werd opgebouwd. Is het terras wel hinderlijk, bijvoorbeeld doordat het hoger boven het maaiveld is aangelegd, kan jouw buur op ieder moment vorderen dat het recht van uitweg hersteld wordt door de verwijdering van het terras.
Indien de erfdienstbaarheid door middel van een overeenkomst (notariële akte) in het leven werd geroepen, kan je je wel op eventuele verjaring beroepen. Je dient in dat geval aan te tonen dat de eigenaar van het heersende erf gedurende dertig jaar geen gebruik van de erfdienstbaarheid heeft gemaakt.
In ieder geval kan je de Vrederechter verzoeken tot afschaffing van de erfdienstbaarheid indien de verleende uitweg voor jouw buur niet meer noodzakelijk is, of wanneer hij kan opgenomen worden op een andere plaats die minder schadelijk is.