De wet voorziet een regeling voor het geval de werkelijke oppervlakte niet overeenstemt met de oppervlakte in de verkoopovereenkomst (art. 1616 e.v. B.W.). Art. 1617 van het Burgerlijk Wetboek legt aan de verkoper van een onroerend goed volgende verplichting op: "Indien de verkoop van een onroerend goed is geschied met vermelding van de omvang, tegen een bepaalde prijs per maat, is de verkoper verplicht aan de koper, …, de bij de overeenkomst bepaalde grootte te leveren. Indien dit hem onmogelijk, moet de verkoper met een evenredige vermindering van de prijs genoegen nemen."
Dit artikel zal vooral zijn weerslag vinden bij de verkoop van terreinen bouwgrond/ landbouwgrond. Indien het onroerend goed bebouwd is (dus een woning of appartement), is de regel vervat in art. 1619 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
Dit artikel voorziet: (…) Levert de uitdrukking van die maat geen grond op tot enige aanvulling van de prijs ten voordele van de verkoper wegens overmaat, of tot enige vermindering van de prijs ten voordele van de koper wegens ondermaat, dan voor zover het verschil tussen de werkelijke maat en die welke in de overeenkomst is uitgedrukt, een twintigste meer of minder bedraagt, berekend naar de waarde van het geheel der verkochte zaken, behalve indien het tegendeel bedongen is.
Je kan dus aanspraak maken op een prijsvermindering wanneer het verschil tussen de vermelde oppervlakte en de werkelijke oppervlakte groter is dan 1/20, tenzij in de koopovereenkomst het tegendeel werd gestipuleerd. In vele koopovereenkomsten met betrekking tot onroerende goederen wordt echter bijna steeds bepaald dat het verschil in oppervlakte niet gegarandeerd wordt.
De koper heeft evenzeer een onderzoekplicht en wordt geacht zelf initiatief te nemen bij de aankoop. De koper kan bijvoorbeeld het terrein afstappen en (laten) opmeten om zekerheid te krijgen over de maten en oppervlakte. Enkel je verlaten met de informatie die de verkoper aangeeft, is niet aan te raden. Het is bij het verlijden van de notariële akte dat veelal alle gegevens op tafel komen.
Zo zal de notaris een hypothecair getuigschrift lichten waardoor de oppervlakte van het verkochte perceel kan gecontroleerd worden. Een meting is dus niet noodzakelijk, maar is in het belang van alle partijen. Het zal rechtszekerheid bieden en betwistingen kunnen beperken.
Om alle betwistingen te vermijden wordt best voorzien wie de kosten van de meting draagt. In de praktijk worden ze vaal lastens de koper gelegd, maar als er dienaangaande niets werd voorzien in de verkoopovereenkomst zijn ze lastens de verkoper. Aangezien de koop-verkoop reeds is tot stand gekomen, althans zo blijkt uit de vraagstelling, is het nog moeilijk onderhandelen over de kosten van opmeting.