Vraag
In 2014 werd onze vrijstaande woning uit 1968 onder toezicht van een architect grondig gerenoveerd. Op zolder werden ook extra slaapkamers gemaakt en de zolder werd via een vaste trap toegankelijk gemaakt. De zolderkamers zouden in een latere fase in gebruik genomen worden, als we de kinderen elk een aparte kamer zouden geven.
De oude houten plankenvloer werd vervangen door een vloer uit OSB-platen. Deze werden verankerd op de bestaande houten balken. Op de OSB-platen ligt linoleum. De ruimtes eronder, op de eerste verdieping, hebben een gipskartonnen plafond met erboven een oude herakliet tussenvloer. Dit gipskartonnen plafond werd een aantal jaren eerder geplaatst. De keuze voor de OSB-platen kwam toen volledig van de architect. We kunnen een bespreking hierover niet terugvinden in een verslag, ook geen melding van andere mogelijkheden.
Dit werd naar voren geschoven als een economisch voordelige oplossing die snel uit te voeren was. Over nadelen van een dergelijke vloer werd niet gesproken. In de aanvankelijke plannen was een vernieuwing van de zoldervloer niet voorzien. Het was de aannemer die zelf de aandacht trok tijdens de verbouwing op de doorzakking van de bestaande houten plankenvloer.
De ruimte tussen de houten balken werd niet opgevuld. Sinds enkele maanden werden de kamers op zolder in gebruik genomen. Wat blijkt? Dat ieder woord dat op zolder of op de slaapkamer gezegd wordt, kan gehoord worden de verdieping eronder of erboven. De kinderen worden gestoord tijdens het studeren, en hebben geen privacy. Bij rondwandelen op de zolderkamers is er een heus gedaver te horen een verdieping lager en hoor je soms ook de klank van bewegend metaal (vermoedelijk de metalstuds). De transmissie van geluiden is extreem en uiteraard heel hinderlijk.
1. Kan de architect en/of aanemer hiervoor aansprakelijk worden gesteld? Zijn er normen voor akoestische isolatie en stabiliteit van een vloer binnen een particuliere woning? Is er rechtspraak hierover?
2. Last but not least: Hoe valt dit op te lossen?
