Er bestaat thans geen regelgeving die bepaalt welke afstanden gerespecteerd dienen te worden tussen een dampkapafvoer en de perceelsgrens. Met betrekking tot de uitmonding van een condensatieketel dient een afstand van minstens één meter van de scheidingslijn gerespecteerd te worden. Bij uitblazing in de richting van een scheidingslijn, dient de afstand 2 meter te zijn en minstens 0,5 meter boven de grond.
Het monteren van de rookafvoer op een gemeenschappelijke muur is bovendien ook aan bepaalde regelgeving onderworpen. In het Burgerlijk Wetboek wordt immers bepaald dat je in een gemeenschappelijke muur niet zomaar holtes mag boren. Echter beschikken wij niet over voldoende informatie om te kunnen bepalen of je buur hier in overtreding is.
In ieder geval, ongeacht of er sprake is van een vereiste afstand, mag men geen hinder aan de nabuur veroorzaken door het verspreiden van gassen uit de dampkapafvoer of ten gevolge van de CV-gasketel. Het is dan ook een mogelijkheid om in het geval dat je hinder ondervindt een burgerlijke procedure op te starten tot herstel van het evenwicht of tot het bekomen van een schadeloosstelling. Je kan je vordering dan ook steunen op dit principe van de burenhinder waarbij je de geuroverlast als hinder kwalificeert. In deze situatie kan er dan ook sprake zijn van het verbreken van een voorheen bestaand evenwicht tussen de percelen, er kan met name sprake zijn van een hinder die de normale ongemakken te boven gaat. De rechter oordeelt geval per geval.
De sanctionering van burenhinder is dat je buur de toestand/het evenwicht dient te herstellen in zijn oorspronkelijke staat of maatregelen dient te nemen om de hinder op te heffen of te beperken tot een normaal aanvaardbaar niveau. Enkele mogelijkheden zijn bijvoorbeeld het plaatsen van een filter zodat de geur minder doordringt en/of minder schadelijk wordt, het plaatsen van een afvoer zodat de geur naar een andere richting uitgeblazen wordt, …
Echter, alvorens over te gaan tot een gerechtelijke procedure, willen wij thans wijzen op het belang van een goede communicatie met de buur. Door het voeren van een gesprek kan reeds een minnelijke oplossing gezocht worden. Indien je buur niet bereid is tot conversatie, kan je een schriftelijke ingebrekestelling zenden om hem of haar aan te manen de nodige stappen te ondernemen. Indien je buur ook hier niet op ingaat, kan je een verzoeningsprocedure opstarten bij de Vrederechter. Indien je buur ook hier niet komt opdagen, kan je overgaan tot dagvaarding of kiezen voor bemiddeling. Doorgaans zal de Vrederechter in een dergelijke procedure ter plaatse komen om kennis te nemen van de feitelijke toestand en de hinder. Vaak wordt door de Vrederechter een advies ingewonnen bij een gerechtsdeskundige, die zich dan ook ter plaatse zal begeven.
Om een meer sluitend advies te bekomen, lijkt het ons aangewezen dat je met de nodige documenten te rade gaat bij een advocaat. Bovendien kan een advocaat je steeds bijstaan bij onderhandelingen, het opstellen van een eventuele ingebrekestelling, dan wel in het kader van een gerechtelijke procedure.