Overleggen van schriftelijke verklaringen van derden aan de Rechter. HANDGESCHREVEN OF GETYPT ?
Er zou sedert een paar jaren blijkbaar een nieuw wetsartikel 961 van het Gerechtelijk Wetboek bestaan dat de rechter "verklaringen" in SCHRIFTELIJKE vorm mag aannemen die hem inzicht zouden kunnen geven in betwiste feiten.
Moet dit een HANDGESCHREVEN verklaring of getuigenis (op erewoord) zijn, of volstaat een getypte tekst voorzien van de handtekening en met de vermelding "gelezen en goedgekeurd" en/of met verklaring op eer en geweten ?
Moet de handtekening gewettigd zijn door het gemeentebestuur ?
Wordt in onze moderne tijden enige soepelheid betoond in het neerschrijven van zo'n schriftelijke verklaringen ???