Gras zaai je best in de herfst of in de lente. De herfst heeft als voordeel dat de grond nog voldoende opgewarmd is en dat het onkruid weinig actief is. Hoewel vroege vorst de groei van het jonge gras soms in de kiem kan smoren. In de lente kan het jonge gras rekenen op veel zon en licht, maar een nadeel is dan dat het onkruid in volle ontwikkeling is.
Materiaal: | Gereedschap: |
---|---|
|
|
Stap 1: verwijder je onkruid
- Vraag na bij een tuincenter welke onkruidbestrijdingsmiddelen er op de markt zijn. En informeer ook naar alternatieven. Voorkomen is natuurlijk beter dan genezen. Zorg daarom voor een optimale groeiomgeving voor je gazon, zodat onkruid later weinig kans krijgt.
Stap 2: grond voorbereiden
- Spit - minstens één week voor het zaaien - de grond om tot op een diepte van 20 cm. Voor kleinere oppervlakken doe je dat best met een spade, voor grotere percelen gebruik je een motorploeg met draaifrees. Verwerk meteen ook de nodige grondverbeteringsproducten (humus, turf, kalk, klei) en meststoffen.
- Breek na het omspitten de kluiten met een klauw en verwijder alle afval en stenen. Werk met een hark eventuele niveauverschillen, kuilen en oneffenheden weg, en rol de grond aan met een tuinrol. Doe dit bij mooi weer en als de grond droog is. Ga nogmaals op zoek naar stenen, verwijder deze, en hark het oppervlak opnieuw. Herhaal dit zo nodig meerdere keren, tot de grond goed fijn is tot op een diepte van 2 à 3 cm.
Stap 3: zaaien
- Een ideaal moment om te zaaien is een mooie, windstille dag zonder regen. Ga eerst met een hark oppervlakkig over het terrein, zodat de grond de zaadjes straks goed kan opnemen.
- Meng vervolgens het zaad in de doos. De zaaidosis schommelt rond 3 à 4 kilo zaad per 100 m2. Zaai, met de rug naar de wind, zowel in de lengte- als in de breedterichting: een halve dosis in de ene richting, een halve dosis in de andere richting. Om te voorkomen dat je meermaals op dezelfde plaats zaait, kan je het terrein markeren met bakenstokken.
- Hark de zaadjes voorzichtig in met een beetje aarde (minder dan 1 cm) en rol de bodem licht aan. Daarna besproei je de bodem met een nevelregen. Bij droog weer hou je de bodem vochtig (tot op 5 cm diepte) door elke dag water te vernevelen.
Stap 4: onderhouden
- Afhankelijk van de gebruikte zaadmengeling, zal het gras na 2 tot 3 weken opschieten. Als het gras 10 cm hoog is, maai je het met een heel scherp mes tot op een hoogte van 5 à 6 cm. Eventueel kan je het gras na een eerste maaibeurt rollen, voor een optimaal contact tussen de wortels en de bodem.
- Nadien maai je het gras op 1/3e van de totale hoogte. In de lente doe je dat eenmaal per week, in de zomer om de twee weken, en tot eind september één keer in de week. In november maai je het gras op een hoogte van 5 à 6 cm, zodat het gazon de nodige energie kan opslaan voor de winter. Om het gazon mooi groen te houden, bemest je het twee tot drie keer per jaar met een langzaam werkende meststof.
Stap 5: verticuteren
- Ouder gazon moet regelmatig worden geverticuteerd of uitgekamd. Dat is nodig om afgestorven gras, mos en maairesten uit het gazon te verwijderen en het gras gezond te houden. Je kan ook organische meststoffen met composietbacteriën over het gazon uitstrooien. Deze zetten het afgestorven mos en de grasresten om in vruchtbare humus die het gazon extra voedt en luchtiger maakt.