"Wanneer je beton bestelt bij een betoncentrale, hoef je geen samenstelling op te geven", weet specialist Noël Naert van Febelcem. "Bespreek met de betoncentrale aan welke 'prestaties' het beton moet voldoen, daarmee weten ze daar genoeg. Er bestaan normen die voorschrijven hoe deze prestaties moeten worden aangeduid.
In jouw geval kan het beton dat je nodig hebt als volgt worden omschreven:
- sterkteklasse C 25/30
- toepassingsdomein GB (gewapend beton)
- omgevingsklasse EI
- consistentieklasse S3 of S4
- Dmax 20
- superplastificeerder, eventueel pompbeton (nuttig indien de werf moeilijk bereikbaar is, maar dit is uiteraard niet gratis)
Op een goed gezette en verdichte bodem zal een wapeningsnet in principe volstaan (bv. 15x15xdiameter8).
Het lager gelegen deel van de vloer moet je uiteraard ook dieper uitgraven, en dit tot ca. 30cm voorbij de trede.
Het niveauverschil realiseer je inderdaad met een bekisting. Die bestaat best uit 2 planken. In de onderste maak je uitsparingen waardoor je enkele wapeningsstaven (ca. 60cm) steekt. Aan weerzijden van die plank komt immers beton. De bovenste plank vormt de eigenlijke trede. Alleen die neem je na verharding van het beton weg.
Om de dikte van de betonlaag te bepalen, teken je het niveau van de afgewerkte vloer op de muur af en trekt daarvan vervolgens de dikte van de vloerafwerking af (bv. tegels + lijm, tegels + mortel + stabilisé, ...). Beton met een superplastificeerder is gemakkelijk op niveau te brengen. Met een laserwaterpas is de controle eenvoudig. Beschik je daar niet over, dan kan je met behulp van stukken betonblok of -tegel een raster uitzetten van punten die allemaal op eenzelfde niveau liggen en als referentie dienen.
Vergeet niet het beton te storten op een plastic folie, en vermijd dat die folie her en der doorprikt of gescheurd raakt door scherpe stenen."