Onze specialist vermoedt dat je een perceel grond kocht dat volgens de toepasselijke voorschriften van het gewestplan gelegen is binnen de grenzen van een woongebied met landelijk karakter (d.w.z. in principe zijn de eerste 50meter van het betrokken perceel gelegen in woongebied en achter de 50-meter grens is het perceel gelegen in landbouwgebied of agrarisch gebied).
Overeenkomstig artikel 3, 7° van het Besluit van de Vlaamse regering van 14 april 2000 en latere wijzigingen tot bepaling o.a. van de werken waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is, heeft men voor de ondergrondse aansluitingen van gebouwen op het openbare water-, gas-, electriciteits-, telefoon- en rioleringsnetwerk, alsmede op andere openbare nutsvoorzieningen of voorzieningen van algemeen belang geen stedenbouwkundige vergunning nodig.
Overeenkomstig artikel 3, 6° van datzelfde besluit zijn ook de strikt noodzakelijke toegangen en opritten naar het gebouw of de gebouwen vrijgesteld van de stedenbouwkundige vergunningsplicht.
Blijkbaar ligt echter het grootste deel van het stuk grond binnen de grenzen van een agrarisch gebied. In principe zijn overeenkomstig artikel 11.4.1 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen de agrarische gebieden bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel de voor het landbouwbedrijf noodzakelijke gebouwen bevatten alsmede de woning van de exploitanten,...
Als de aangekochte bouwgrond deels in woongebied en deels in agrarisch gebied is gelegen, dan zal de nog op te richten woning hoogstwaarschijnlijk in het woongebied dienen opgericht te worden. De vraagsteller kan zich hierover best verder informeren bij de technische dienst of de bouwdienst van de gemeente of stad alwaar het aangekochte perceel is gelegen.