“In principe is, puur bouwfysisch, een dampscherm bij gewone hellende pannendaken niet echt nodig, tenzij voor de sanitaire ruimten waar immers veel waterdamp geproduceerd wordt, of wanneer onder de pannen een dampremmend onderdak zit”, zegt Martin Hestermans van de firma Rockwool Belgium.
“Toch is zo’n dampscherm belangrijk om nog andere redenen: luchtdichtheid van het dak, en aftekeningen voorkomen op de (vochtgevoelige) gipskartonplaten als hiermee de afwerking aan de binnenzijde gebeurt. Luchtdichtheid geldt niet enkel voor de isolatie op zich maar ook voor alle naadaansluitingen, dus belangrijk bij eender welk type isolatie.”
Het feit dat de kepers in een bestaande daksituatie niet allemaal op dezelfde afstand liggen, is volgens Hestermans geen enkel probleem. “Spijkerflensdekens zijn niet aangewezen want ze zijn niet variabel in breedte. Maar de minerale wolproducenten hebben diverse isolatieplaten met variabele breedte (extra-samendrukbare zijde, of deltavormig verschuifbaar) of zelfs platen-op-rol die op de nodige breedte worden afgesneden, zodat snijverlies tot het minimum is herleid. Na uitvoering van de isolatie wordt een polyethyleen dampscherm aangebracht alvorens de binnenafwerking te voorzien.”
“Deze werkwijze is te verkiezen boven het continu isoleren tussen de gordingen, onder de kepers door. Benevens meer ruimteverlies, kan de ongeïsoleerde ruimte tussen de kepers, die nu aan de ‘koude zijde’ komt te liggen, immers aanleiding geven tot luchtstromingen of onderkoeling van het dakvlak.”