"Of je nu wil of niet, met de dakoppervlakte moet je wel degelijk rekening houden. Want je kan nu eenmaal niet meer regenwater verbruiken dan wat er uiteindelijk op je dak valt", zegt Claude Tjoen van de firma Wavin Belgium.
"De minimale grootte van de tank wordt normaal zo gekozen dat een droogteperiode van ongeveer 20 dagen kan overbrugd worden. Voor een dagelijks verbruik van regenwater van bijvoorbeeld 240 liter, volstaat dan een tank met een nuttige inhoud van 4800 liter. De duur van deze droge perioden is een belangrijke factor bij de bepaling van de putgrootte, en zit verwerkt in de dekkingsgraad. Hoe groter het volume van de regenwaterput, hoe groter de dekkingsgraad. Vanaf een putvolume van 10.000 liter neemt de dekkingsgraad echter amper toe."
"Het heeft geen zin je te richten op een dekkingsgraad van 100 %. Dit resulteert in erg grote regenwaterputten, wat economisch minder rendabel is. Bovendien is een regelmatig overlopen van de regenwaterput gewenst, zodat de op de oppervlakte drijvende vuildeeltjes kunnen afvloeien en er een aërobisch evenwicht kan ontstaan, zodat de waterkwaliteit gegarandeerd blijft. Een dekkingsgraad van 85 à 90 % kan dan ook als optimale keuze beschouwd worden."
"De grootte van de tank wordt tevens bepaald door het aangesloten dakoppervlak. Met een gemiddelde neerslag in België van 0,80 meter per jaar waarvan circa 85 % in de tank terechtkomt (of 0,68 m³/m²), is bijvoorbeeld bij een veel voorkomend geprojecteerd dakoppervlak van 60 m², ongeveer 40 m³ water te besparen. Met andere woorden, voor een regenwateropbrengst van 1 m³ is gemiddeld 1,47 m² dakvlak nodig."
"Een optimaal ontwerp - met een minimale kans op een 'droge put' - is voor een gezin met vier personen dat het hemelwater enkel gebruikt voor de wc-spoeling, een tank van 5000 liter en een aangesloten dakoppervlak van 100 m². Wanneer het hemelwater ook aangewend wordt voor de was, de tuin en de schoonmaak, is een tank van 8300 liter te voorzien en een aangesloten dakoppervlak van 170 m²", besluit Tjoen.