Advocaat Gregory Grouwels geeft volgend antwoord: “Het antwoord op je vraag is niet zwart/wit. De materie van de gemene muur is immers complex en kan moeilijk op algemene wijze beantwoord worden. De concrete omstandigheden zijn doorslaggevend. Uit de summiere vraagstelling meen ik te mogen afleiden dat de bewuste scheiding wel degelijk op de scheidingslijn staat en dat het fietsenhok en tuinhuis van je buur bijna op diezelfde scheidingslijn staan. Het is me echter niet geheel duidelijk wat je bedoelt met “hiervoor hebben we getekend” en wat de consequenties hiervan zijn. Op zijn grond mag je buur in principe immers alles doen wat hij wil.”
“Ik meen verder te mogen afleiden dat je buurman wenst dat je de afscheidingsmuur laat aansluiten tegen zijn tuinhuis en fietsenstalling, zodanig dat zij een deel van de afsluiting vormen en dat dit aansluiten de onderbreking van de muur aan jouw zijde betekent. Maar dat hij voor het overige gedeelte van de muur en het materiaal waarin het zal worden opgetrokken wel akkoord is. Het is van belang te weten waar de muur gelegen is en uit welke materialen hij is opgetrokken. Zomaar stellen dat de afscheiding toch over de gehele lengte moet lopen en dat je buurman derhalve voor de helft van de hele afsluiting dient bij te dragen is voorbarig.”
“Graag overloop ik de juridische principes van de gemene muur en de mogelijkheid om je buur te laten delen in de kosten: Iedere eigenaar heeft het recht zijn eigendom af te sluiten, behalve wanneer er een recht van doorgang of erfdienstbaarheid bestaat (art. 647, 682 Burgerlijk Wetboek). Bij gebrek aan een wettelijke definitie heeft de rechtspraak gaandeweg het begrip gemene muur ingevuld. Het betreft een muur, die tot scheiding dient van twee aan elkaar grenzende, al dan niet bebouwde erven en die aan gemeenschappelijke eigenaars toebehoort in gemeenschappelijke eigendom. Overeenkomstig de algemene principes dient een gemene muurzich alleszins op de grens van twee ervenvan verschillende eigenaars te bevinden.”
“Hier valt dus uit af te leiden dat niet elke scheidingsmuur ook noodzakelijk een gemene muur uitmaakt. Zo wordt een scheidingsmuur die zich net naast de scheidingslijn bevindt, maar volledig op één erf is opgetrokken geacht exclusief eigendom te zijn van de eigenaar van het bewuste perceel.”
“Het recht om zijn erf af te sluiten geldt zowel in stedelijke als in landelijke gebieden, maar er bestaat wel een verschillende regeling i.v.m. de kosten voor de oprichting van de afsluiting. Enkel in steden en voorsteden kan men zijn buurman verplichten bij te dragen in de kosten van het bouwen en herstellen van de afsluiting die dient tot scheiding van huizen, binnenplaatsen en tuinen (663 Burgerlijk Wetboek)."
"Voor een afsluiting op landbouwgronden, afsluitingen tussen een tuin en een weide, bouwgronden, nijverheidsgronden en werven geldt de wettelijke bijdrageplicht niet. De bijdrageplicht volgende uit het Burgerlijk wetboek betreft evenwel enkel een scheidingsmuur of bijvoorbeeld een betonnen afscheiding. De bijdrageplicht uit artikel 663 BW geldt dusnietvoor een haag, een houten schutting, een traliewerk of een draad. Niet elke afsluiting is dus een gemene ‘muur’. Bovendien kan je je buur niet laten bijdragen in voor het even welke afsluiting. De kosten dienen immers binnen de grenzen van de redelijkheid te blijven. In principe kan de buurman vragen om een goedkopere steensoort of een ander materiaal te gebruiken.”
“Het feit dat je de buurman in deze laatste gevallen niet kunt verplichten bij te dragen in de kosten van de oprichting van de afsluiting, neemt niet weg dat je voor de plaatsing hiervan sowieso toestemming moet vragen aan je buurman, of hij nu bijdraagt of niet. Indien je geen akkoord kan bereiken met de buurman, dan kan de oplossing er eventueel in bestaan de afsluiting niet pal op de scheidingslijn maar op enige afstand ervan te plaatsen."
"In dat geval word je exclusief eigenaar van de muur. Het is dus van uitermate belang te bepalen of de muur op de scheidingslijn staat en of je je in de situatie bevindt waarbij je de buurman kunt verplichten tot betaling. Bevind je je niet in die situatie dan zal je je tevreden moeten stellen met de lopende meters die hij vrijwillig wenst te betalen. In hoofde van je buurman maken zijn tuinhuis en zijn fietsenstalling reeds een scheiding uit.”
“Bovendien zijn er ook tal van plaatselijke stedenbouwkundige reglementen, verordeningen en erkende gebruiken van toepassing, die je moet respecteren. Niet elke afsluiting is immers zonder vergunning te plaatsen. Je doet hiervoor best navraag bij de gemeente.”