Advocaat Peter Henriksen beantwoordt jouw vraag als volgt: “Uit jouw vraag blijkt dat je een aannemingsovereenkomst sloot met een dakwerker voor een aantal dringende dakwerken, zonder dat in een uitvoeringstermijn werd voorzien. Daarbij moet worden vastgesteld dat de dakwerker de overeenkomst niet nakomt, ondanks dat er intussen meerdere maanden zijn verstreken en de werken dringend moeten worden uitgevoerd.”
“Een eerste mogelijkheid is trachten de aannemer te verplichten zijn verbintenissen te laten nakomen. Dit kan door een vordering in rechte te stellen tot gedwongen uitvoering binnen een welbepaalde termijn op straf van een dwangsom. Uiteraard vereist dit een gerechtelijke procedure wat kosten met zich meebrengt, en wederom tijdsverlies inhoudt, waardoor je mogelijks gebaat bent de overeenkomst te beëindigen om vervolgens de werken aan een andere aannemer te gunnen.”
“Met het oog op de beëindiging van de overeenkomst ben je in eerste instantie aangewezen op de contractuele bepalingen in dit verband. Naast de contractuele bepalingen die voor een eventuele beëindiging mogelijk van belang kunnen zijn, bepaalt artikel 1184 van Het Burgerlijk Wetboek dat in wederkerige overeenkomsten (wat een aannemingsovereenkomst is) steeds een ontbindende voorwaarde is begrepen voor het geval één van de partijen haar verbintenis niet zou nakomen.”
“Om een overeenkomst bij toepassing van artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek te kunnen beëindigen, moeten er drie voorwaarden zijn vervuld:
1) Een toerekenbare niet-nakoming van de partij lastens wie de overeenkomst ontbonden wordt: Concreet zal je moeten aantonen dat de dakwerker een contractuele fout heeft begaan. Het feit dat geen uitvoeringstermijn werd overeengekomen, sluit geen contractuele fout uit aangezien iedere overeenkomst te goeder trouw moet worden uitgevoerd wat in dit geval alleszins niet het geval is.
2) Een ingebrekestelling: Alvorens de overeenkomst te kunnen ontbinden, moet je de aannemer in gebreke stellen om hem uitdrukkelijk te kennen te geven dat je aandringt op de uitvoering van de overeenkomst, waarbij hem een redelijke termijn wordt gegund om hier alsnog aan tegemoet te komen.
3) Een voorafgaandelijke rechterlijke tussenkomst: De ontbinding moet door de Rechtbank te worden uitgesproken.
Aan de twee eerste voorwaarden kan worden voldaan, maar de derde voorwaarde is mogelijk een hinderpaal aangezien dit kosten en bijkomend tijdsverlies impliceert. Om hieraan tegemoet te komen, is er in het verleden rechtspraak gewezen waarin wordt gesteld dat de overeenkomst in welbepaalde gevallen eenzijdig en zonder rechterlijke tussenkomst kan worden ontbonden. In dit geval zou je je ter rechtvaardiging van een eventuele eenzijdige ontbinding kunnen beroepen op de hoogdringendheid door de vochtinfiltratie die moet worden gestopt en de bijkomende werken die hierdoor noodgedwongen worden uitgesteld. Desalniettemin houdt deze buitengerechtelijke ontbinding steeds het risico in zelf contractbreuk te worden verweten.”