Kennelijk beroept de buurman zich op de verkrijgende verjaring na 30 jaar ongestoord bezit en gebruik. Het betreft een bijzondere vorm van verkrijging van eigendom. De eigendom wordt immers verkregen door het verstrijken van een periode van minstens 30 jaren indien men (je buur) kan aantonen dat men gedurende deze termijn over het goed een voortdurend, onafgebroken, openbaar en ondubbelzinnig bezit heeft gehad, als ware men er de eigenaar van (art. 2229 B.W.)
Goede trouw van de bezitter is zelfs niet vereist. Het bezit is tweeledig; er is een feitelijk element, met name de feitelijke heerschappij over de zaak, en een intentioneel element, met name de wil om die heerschappij voor eigen rekening uit te oefenen. Indien al deze elementen aanwezig zijn wil dit nog zeggen dat de eigendom na deze 30 jaar automatisch over gaat (art. 2223 BW).
Meer nog, de bezitter (je buur) kan zelf de verkrijgende verjaring niet inroepen. De verkrijging gebeurt dus niet automatisch maar moet in rechte ingeroepen worden voor de bevoegde rechtbank. Het is m.a.w. de rechter die de eigendomstitel zal beoordelen en beslechten.
De bezitter (je buur) kan zelf geen procedure inleiden om in rechte te laten vaststellen dat de verjaringstermijn in zijn voordeel verstreken is. De bezitter kan de 30 jarige verjaringstermijn maar inroepen als verweermiddel tegen de oorspronkelijke eigenaar. Deze dient het initiatief te nemen.
Deze eigenaar zal hoe dan ook worden aangeschreven van zodra de notaris van de verkoper de eigendomstitel heeft opgezocht. De kadastrale gegevens vermelden steeds de (oorspronkelijke) eigenaar(s) zodat deze makkelijk kan terug gevonden worden, in zoverre deze niet gekend zou zijn voor de bezitter. Indien de eigenaar alsdan wordt verontrust door de handelingen van de bezitter dient hij te reageren en zich te verzetten.